Hoofdsponsors

Kelme Intersport Ted Moritz Mundo Kinderopvang M.Point

Column Trainer

Het is prettig werken bij Spijkenisse, vindt
hij, want alles is perfect geregeld, de sfeer
is goed, de onderlinge samenwerking prima
en veld 1 wordt voor de wedstrijden zelfs
nog speciaal geprepareerd; kortom het is
voortreffelijk, volgens Poldervaart. En het
voetbal dat zijn ploeg op de mat legt, is leuk
om te zien. Ook niet onbelangrijk. Als het
aan hem ligt, wil hij nog veel langer blijven,
getuige zijn ontboezeming dat hij dolgraag de
Arsène Wenger van Spijkenisse wil worden.
ÂDe coach van Arsenal is al sinds mensenheugenis
werkzaam bij de Londense club en
blijft jong door het werken met talentvolle
Voetbalvereniging Spijkenisse gaat ook het seizoen 2009/2010 in
met Adrie Poldervaart als trainer. Het is het vijfde achtereenvolgende
seizoen waarin de in Hellevoetsluis woonachtige oefenmeester
werkzaam is op Sportpark Jaap Riedijk en na al die jaren bruist
Poldervaart nog steeds van energie. Het werk verveelt nooit en geeft
veel voldoening.
jonge spelers. Zonder me op dezelfde hoogte
als Wenger te willen plaatsen, zie ik toch wel
overeenkomsten,ÂÂ zegt Poldervaart. ÂOok
bij Spijkenisse is er sprake van een jonge,
getalenteerde groep met veel potentie,
waarmee het prettig werken is. En wat ook
erg belangrijk is, het zijn bijna allemaal
jongens die een verleden hebben bij de jeugd
van v.v. Spijkenisse. Óf ze zijn doorgestroomd
vanuit de jeugdopleiding, óf ze zijn na een
aantal jaren elders teruggekeerd op het
oude nest. Slechts de keepers Danny Voets
en Rick Groenendijk (overgekomen vanuit
de jeugd van Feyenoord, red.), verdediger
Raymond Ernst en middenvelder John Lopes
Cruz hebben niet in de jeugd van Spijkenisse
gespeeld, maar Danny en John spelen hier al
vele seizoenen zodat je ook hen inmiddels
echte Spijkenissers kunt noemen. Toen ik in
september 2005 bij deze vereniging begon,
hebben we samen met het bestuur en
de technische commissie als doel gesteld
dat Spijkenisse weer een groenwit hart
moest krijgen en dat is dus gelukt. Voor
eersteklassebegrippen is dat tamelijk uniek.
Bovendien is het verloop bij Spijkenisse niet
groot en ook dat is uitzonderlijk. Van de
huidige 25 selectiespelers zijn er tien die hier
vijf jaar geleden ook al speelden. De rest is
dus in de tussenliggende seizoenen ververst,
voornamelijk met spelers afkomstig uit de
eigen jeugd. Zo weinig verandering leidt tot
homogeniteit en dat moet uiteindelijk leiden
tot herkenbaarheid. Mensen moeten zich
weer kunnen identificeren met de club. Toen
ik zelf nog als speler actief was bij Spijkenisse,
speelden wij op sportpark Schiekamp.
De club was toen erg wijkgebonden.
Het publiek, hoofdzakelijk afkomstig uit
Spijkenisse-Noord, stond drie rijen dik rond
het veld. Die mensen komen niet meer nu
we in de Maaswijk zitten, ook al omdat er
zoveel meer te doen is dan voetbal: televisie,
computer, een veel breder sportaanbod,
weekendbaantjes, vrouwen die sporten
waardoor de mannen op de kinderen moeten
passen. Amateurvoetbalverenigingen trekken
tegenwoordig niet zoveel publiek, maar met
een herkenbaar elftal, een ploeg waar veel
eigen jongens deel van uit maken, kan het
niet anders zijn dat het hier weer aantrekt.
Mensen die hun kinderen bij Spijkenisse
in de jeugd hebben voetballen, hebben
logischerwijs minder interesse in een eerste
elftal, maar als die kinderen en hun ouders zien
dat er veel doorstroming is vanuit de jeugd,
kan er wel degelijk verbondenheid komen.
Ook zij komen dan op zaterdagmiddag kijken.
De tijd van Schiekamp kan dus wel degelijk
herleven, maar de uitstraling van Spijkenisse
zal dan verder gaan dan de eigen wijk alleen.
Dat is wat we met zijn allen nastreven en
ik kan niet anders concluderen dan dat we
bij Spijkenisse op de goede manier bezig
zijn. Van dit proces wil ik nog langer deel uit
maken.ÂÂ
Adrie Poldervaart is dus een trainer die niet
alleen het accent legt op prestaties, maar
ook kijkt naar de ontwikkeling van de gehele
club. Maar presteren is geen ondergeschoven
kindje. Integendeel. Ook hij wil elke zaterdag
winnen. ÂBij mij staat goed voetbal voorop,
samen met resultaat. Maar wat is resultaat?
Dat is ook afhankelijk van factoren waar je
als trainer geen invloed op hebt. Het eerste
jaar van mij bij Spijkenisse deden we het in
de beker goed, maar in de competitie slecht.
Destijds is toch de optie in mijn contract
gelicht,ÂÂ blikt hij terug. ÂSindsdien is het
alleen maar beter gegaan. Zo zijn we sinds
28 maart 2008 thuis ongeslagen en vorig
seizoen eindigden we met goed voetbal
op de derde plaats. Toch kunnen we op
sommige punten nog progressie maken.
Dan denk ik aan de manier waarop we
winnen. Als we wonnen, is dat omdat we
beter waren dan de tegenstander, maar we
hebben afgelopen seizoenen geen wedstrijd
onverdiend gewonnen. Om echt bovenin
mee te draaien moeten ook potjes uit het
vuur gesleept worden, waarin je niet de
bovenliggende partij bent. Dat kunnen we
nog niet. Dat is ons manco. Ik houd dat de
groep constant voor: jongens, het treintje
komt maar één keer langs. Als je in een
hogere klasse wil spelen, moet je de kans
pakken, ook in wedstrijden waarin het niet
loopt zoals je zou willen. Want kansen krijg je
altijd, in elke wedstrijd.ÂÂ
Poldervaart praat met zijn spelers tijdens
trainingen, in de voorbespreking en in
de nabespreking, die altijd op het veld
plaatsvindt, meteen na de wedstrijd. ÂZoek
daar niets vreemds achter,ÂÂ zegt hij. ÂÂIk doe
dat vooral om de groep bij elkaar te houden.
Als je wint is het hosanna. Dan regent het
high fives en slaat iedereen elkaar op de
schouder, maar ook als je niet wint, moet je
samen verder.ÂÂ
Promotie naar hoofdklasse
ÂHet seizoen 2009/2010 is erg belangrijk,
want na dit jaar is er de topklasse,ÂÂ vervolgt
Poldervaart. ÂOm op hetzelfde niveau te
willen blijven voetballen, moet je dit jaar dus
bij de eerste vier eindigen, want dan zit je
volgend seizoen in de hoofdklasse. Maar dat
zal niet meevallen. Bij ons in de afdeling zitten
Excelsior Maassluis, gedegradeerd uit de
hoofdklasse, Rijnvogels, dat op drie minuten
na een hoofdklasser was, Voorschoten Â97,
Zwaluwen Vlaardingen en Vitesse Delft die
zich erg versterkt hebben. En dan heb je ook
nog goede ploegen als SHO, Xerxes DZB en
Âs-Gravenzande SV. Hoe wij het gaan doen?
De doelstelling is bij de eerste vier, maar dat
moet wel ergens op gestoeld zijn. Daarom is
het zaak dat iedereen er zich altijd terdege
van bewust is dat een topprestatie neergezet
moet worden. Dat iedereen er voor gaat.
Wat mijn rol daarin is? Voetbal hoef ik mijn
spelers niet te leren, dat kunnen ze allemaal
goed. Accenten leg ik op andere vlakken.
Op de tactiek bijvoorbeeld. Over hoe we
omgaan met balbezit en wat we doen bij
balverlies. Daarnaast probeer ik het gedrag
van de spelers positief te beïnvloeden, hun
intrinsieke motivatie te stimuleren, hun
capaciteiten verder te ontwikkelen. Al deze
dingen met slechts één doel: het elftal nog
beter te laten functioneren. Daar moeten de
kwaliteiten van een trainer liggen, vind ik. Ik
lees boeken van Marc Lammers en Pat Riley
die over leiderschap gaan, over de weg naar
succes, over tegenslag en hoe je daarmee
omgaat en daar doe ik mijn voordeel mee.
Na vijf jaar is er nog geen sprake van
enige verzadiging. Ik ben nog lang niet op
deze spelersgroep uitgekeken. En zij op mij
ook niet. Natuurlijk is er wel eens iemand
ontevreden, maar toen mijn contract in 2008
verlengd werd en het bestuur ook aan spelers
vroeg of er sprake was van verzadiging, was
het Jesper van Deelen die antwoordde: ÂDe
trainer is altijd scherp en houdt ons scherp.Â
Een mooier compliment kun je als trainer niet
krijgen. We gaan ervoor dit jaar; ik heb er
veel vertrouwen in. We zien wel waar het
schip strandt.ÂÂ
Jan Schoonen

De Opstelling

Adrie PoldervaartDe opstelling. Iedereen houdt zich ermee bezig. Wie spelen er wel en wie spelen er niet. In eerste instantie is dit voor de spelers het belangrijkst. Zij trainen de hele week en willen graag hun kunsten vertonen op de zaterdagmiddag. Ook voor de trainer is het heel belangrijk: wie heeft hij wel tot zijn beschikking en wie niet. Blessures, schorsingen en andere redenen spelen (daarin, overbodig woord) een belangrijke rol.

Dat spel begint voor mij al direct nadat de wedstrijd is afgelopen. Vanaf dat moment richt ik mij op het volgende duel. U denkt misschien: 'toch niet gelijk?' Nou, dat is wel het geval. Een schorsing door middel van een rode kaart of drie gele kaarten zetten mijn hersens gelijk aan het werk. Zaterdag missen we de eerste speler door een schorsing. Hij kreeg onlangs zijn derde gele kaart. Redelijk uniek, lijkt me, daar we al 17 wedstrijden weg hebben en de persoon in kwestie 16 duels heeft gespeeld. Verder heeft één speler 2 duels moeten missen na een rode kaart voor het neerleggen/vasthouden van een doorgebroken speler. Voor de rest hebben mijn spelers weinig kaarten gekregen. Slechts twee van hen staan op scherp. Ik hoop dat het zo blijft. Dit het met oog op de nacompetitie.

Terug naar de speler en zijn derde gele kaart. Toen hij die kaart in de eerste helft kreeg, wist ik dat het zijn derde was. Ik besloot hem in de rust te wisselen (mede om het gevaar te ontlopen van een tweede gele kaart). Zijn vervanger kon zich zodoende richten op die positie, wennen aan de situatie en zich inleven voor de eerstvolgende wedstrijd. Dat bedoel ik dus: dat ik al met het volgende potje bezig ben tijdens de wedstrijd als de situatie daarom vraagt. Anders begint het denken direct na afloop.Het voorbeeld is wel afhankelijk van de speler en de positie die hij inneemt in het elftal en het tijdstip waarop het gebeurt. Soms wissel je een speler omdat hij op het randje speelt en je geen rode kaart wilt krijgen. Ook een zware blessure kan roet in het eten gooien voor de eerstvolgende wedstrijd.

Als trainer heb je met zoveel factoren te maken dat een opstelling niet eenvoudig is. Bovengenoemd voorbeeld kan dus vragen oproepen bij de supporters, spelers, tegenpartij, pers, etc. 'Waarom wisselt hij die jongen nou? Hoe kan hij dat nou doen? Is hij niet goed bij zijn hoofd?' en ga zo maar door. Mijn spelers krijgen wel die uitleg en aandacht. Mensen hebben altijd een mening en zeker als het over de opstelling gaat of het wisselbeleid. Bij winst of een gelijkspel valt het wel mee, bij verlies komen andere meningen los.

Tegenwoordig heeft iedereen een mening over voetbal en alles wat daarbij hoort, soms is het zelfs zo belangrijk dat het hele land in rep en roer is. Neem de wissel van Arjen Robben tijdens het EK 2004 in Portugal. Robben wordt gewisseld tegen Tsjechië, terwijl Nederland voor staat en hij de gevaarlijkste aanvaller is. De uitslag weet u en al het geouwehoer er om heen ook.

De redenen van Dick Advocaat waren in mijn ogen te billijken. Robben had een tijd niet gespeeld, Advocaat wilde hem heel houden, het wedstrijdverloop was goed en de stand was gunstig. Maar het liep anders. Tot op de dag van vandaag wordt de oud-bondscoach er nog mee lastig gevallen. Jose Mourinho van Chelsea had begrip voor de keuze. Maar wie moet ik nu volgen, want Mourinho is geen kleintje.

Nog een wissel: Pierre van Hooijdonk voor Dirk Kuijt in de wedstrijd tegen NAC in de sneeuw van het vorige seizoen. Het werd gelijk (3-3) en de wissel zou daar de oorzaak van zijn. Ik vind dat een diskwalificatie voor die spelers, zeker als die betreffende spelers niet direct debet zijn aan de goals. Als beide wedstrijden nou gunstig waren geëindigd met diezelfde wissels, zou dan ook iedereen gezegd hebben na afloop, wat een slechte wissels?

Een mening mag en moet iedereen hebben, maar wie geeft die mening nou voor dat de wedstrijd is afgelopen? Of als er gewisseld wordt, dat iemand zegt: 'nu ga je gelijkspelen of verliezen'. Of juist andersom, dat iemand zegt 'door deze wissel of opstelling ga je winnen'.

Achteraf praten is heel makkelijk. Als trainer en ploeg zijnde ben je heel de week in touw om zaterdag zo goed mogelijk voor de dag te komen. Je kijkt naar alles, de vorm, de fitheid, het gedrag en het belangrijkste, met welk team maak ik het meest kans op een goede uitslag. Wat voor tegenstander krijgen we, welke tactiek moeten we hanteren etc, etc.

Het maken van een opstelling is dus zeer complex. Niet iets wat je zomaar even doet op een avondje in het bijzijn van je vrouw, toastjes en een lekker wijntje bij de hand. Althans ik niet, het is een continu proces dat op de donderdag vaak wel zijn eindvorm krijgt. Mijn spelers weten donderdag wie speelt of op de bank begint. Twijfel ik nog, dan krijgen ze voor de wedstrijd te horen waarom ze wel of niet spelen. Als basisspelers worden gepasseerd, neem ik ze apart voor een uitleg. Dan nog blijft het de vraag of wij (de technische staf) de juiste keuze hebben gemaakt. Bij winst zou je zeggen van wel, bij verlies vind ik ook van wel. Of de uitvoering dan goed is, weet je pas om kwart over vier. Dat is mijn verantwoordelijkheid, van niemand anders. Als ik win zeg ik niet Âzie je wel ik weet hetÂ. Bij verlies hoor je heel andere geluiden.

Neem Barcelona, tegen Liverpool. Eto'o speelde 75 minuten en scoorde niet. Gudjohnson komt erin en scoort. Heeft Rijkaard het dan fout gedaan? Hij had eigenlijk gelijk moeten beginnen met de Dylan van Hengel van Barcelona en toch doet hij het niet. Achteraf vreemd in de ogen van menig mens. Rijkaard zal daar best zijn redenen voor hebben gehad die niemand weet. Zo is het vaak het geval. Frank Rijkaard is heel de week bezig met die ploeg en de wedstrijd. Wij kijken alleen maar op dinsdagavond naar Studio Sport.

Ik wil besluiten met een voorbeeld zoals ik ook ben begonnen. Als trainer van Nieuwenhoorn speelden we uit bij ADO'20 in Heemskerk, op dat moment gecoacht door Rob Witschge. Wij stonden in de rust achter met 3-1. Ik wisselde een centrale verdediger voor een middenvelder en ging nog aanvallender spelen. We scoorden gelijk de 3-2, maar in de loop van de tweede helft kreeg mijn back een gele kaart. Ik wisselde nog een verdediger voor een aanvaller, maar liet die verdediger met die gele kaart staan. Vreemd, daar de counter op de loer lag en hij misschien een tweede zou kunnen krijgen.

We verloren die wedstrijd met 3-2, ondanks dat we de tweede helft goed speelden en zeker recht hadden op een punt. Witschge beaamde dat ook, maar het is makkelijk praten als je de punten in de zak hebt.
Na afloop kwamen een man en een vrouw van Nieuwenhoorn, supporters die er altijd waren, vragen naar mijn beleid met betrekking op die laatste wissel. Waarom haalde ik die jongen met die gele kaart er niet af? Er bestond toch een kans dat hij rood kreeg? Dan wordt gelijkspelen wel erg moeilijk?

Ik stelde een wedervraag; waarom denken jullie dat ik het niet deed? Zij zeiden dat die jongen misschien sneller was en daarom de counter eruit zou kunnen halen. Ik zei: 'prima gedacht, maar dat is niet de hoofdreden. De reden was, dat de jongen die ik liet staan, zeer kopsterk is bij dode spelmomenten en een enorme verre ingooi heeft, en wij moesten gelijk maken. Vandaar'. Ik vond het een zeer goede vraag en leuk om te beantwoorden. Zo kan en moet het ook. Zo zie je maar, dat er verschillende gedachten gaan over een wissel. Voor alles is wat te zeggen.

Opstellingen en wissels roepen altijd veel vragen op. Dat geeft niet. Dat maakt het juist leuk en interessant. Alleen een ploeg en de begeleiding die bezig zijn met de komende wedstrijd kennen de juiste ins and outs van de opstellingen en de wissels. Deze keuzes maak ik ook bijna altijd kenbaar. Ik probeer zo transparant mogelijk te zijn voor mijn team. Elke keer proberen we de juiste opstelling te vinden, of juist te wisselen om iets te forceren. De ene keer hebben we succes (Voorschoten thuis) en de andere keer zit het tegen. Laten we hopen dat we het de komende wedstrijden bij het juiste eind hebben.

Adrie Poldervaart,

trainer vv Spijkenisse